Tijdens een natuurkunde-examen krijg je vaak de vraag om de eenheid van een onbekende grootheid af te leiden.
Een eenheid afleiden betekent dat je de eenheden van de bekende gebruikte grootheden stap voor stap met elkaar combineert tot je de eenheid van de onbekende grootheid krijgt.
De belangrijkste regel is:
Begin altijd met de eenheden van de grootheden die je kent of die je in Binas tabel 3a en 4 kunt vinden.
Je krijgt bijvoorbeeld de vraag: Gegeven is de volgende formule:
F = ½π ⋅ k ⋅ v2
Leidt de eenheid van k af in de SI-grondeenheden (Tabel 3a).
Noteer de eenheden, gebruik eventueel Binas tabel 4. Let op dat:
Je krijgt dat:
N = [k] ⋅ (m s-1)2
Streep eventuele gelijke eenheden tegen elkaar weg of voeg ze samen.
Isoleer de onbekende grootheid, zet deze alleen aan één kant van het = teken.
Je krijgt dan:
N = [k] ⋅ m2 s-2
N / (m2 s-2) = [k]
Controleer of alles in de grondeenheden staat zoals je kunt vinden in tabel 3A.
Zo niet, gebruik dan tabel 4 om de grondeenheden te vinden.
Er zijn twee stappen die vaak voorkomen:
Voor N / (m2 s-2) = [k] krijg je:
kg m s-2 / (m2 s-2) = [k]
Vereenvoudig dit naar:
kg m-1 = [k]
Bij het afleiden van eenheden:
| Ik ben Rafal Wietsma (Meneer Wietsma Natuurkunde). Op deze website vind je gratis uitlegvideo's per examendomein én een complete online examentraining waarin we samen volledige examens maken. Zo leer je niet alleen de theorie, maar vooral hoe je examenopgaven stap voor stap oplost. | ![]() |