Veel gestelde vragen

Wanneer gebruik je welke handregel bij magnetisme?*

Bij magnetisme kom je tijdens het natuurkunde-examen verschillende handregels tegen. Veel leerlingen halen deze door elkaar.

Gelukkig kun je met één eenvoudige vraag bijna altijd de juiste handregel kiezen:

Wil je de richting van een magneetveld bepalen, of wil je weten welke kant een kracht op gaat?

Het antwoord bepaalt welke handregel je gebruikt.

*Ik gebruik de meest gebruikte handregels, deze kunnen per boek verschillen.


Welke handregels zijn er?

Tijdens het examen kom je meestal drie handregels tegen:

  • Rechterhandregel (stroomdraad): Richting van het magneetveld rond een stroomdraad.
  • Rechterhandregel (spoel): Noord- en zuidpool van een spoel bepalen.
  • Linkerhandregel (magnetisch veld): Richting van de lorentzkracht bepalen.

Handregel 1: Magneetveld rond een stroomdraad

Gebruik deze handregel als je een rechte stroomdraad hebt.

Vraag die je krijgt: Welke kant loopt het magneetveld?

  • Steek je rechterduim in de richting van de stroom.
  • Je gekromde vingers wijzen dan de richting van de magnetische veldlijnen aan.

Voorbeeld:

  • Er loopt stroom omhoog door een draad.
  • Je rechterduim wijst omhoog.
  • Je vingers draaien automatisch om de draad heen.
  • Zo bepaal je de richting van het magneetveld.

Handregel 2: Spoelen

Bij een spoel gebruik je óók de rechterhand.

Nu gaat het niet om één draad, maar om meerdere windingen.

Vraag die je krijgt: Waar zit de noordpool van de spoel?

  • Krul de vingers van je rechterhand met de stroomrichting mee in de windingen.
  • Je uitgestoken duim wijst naar de noordpool van de spoel.

Voorbeeld:

  • De stroom loopt volgens de windingen van de spoel.
  • Je vingers volgen de stroom.
  • De duim wijst naar de noordpool.
  • Daar komen de magnetische veldlijnen uit de spoel.

Handregel 3: Linkerhandregel voor Lorentzkracht

Gebruik deze handregel wanneer een stroomdraad of bewegende lading zich in een magneetveld bevindt.

Je wilt dan de richting van de lorentzkracht bepalen.

Gebruik je linkerhand (FBI).

De drie vingers staan loodrecht op elkaar.

duim (F) → kracht

wijsvinger (B) → magneetveld (van noord naar zuid)

middelvinger (I) → stroomrichting

De duim geeft dus aan welke kant de lading afbuigt.

Let op: elektronen zijn negatief geladen dus de middelvinger wijst in de richting waar het elektron vandaan komt. 


Wanneer gebruik je welke?

Gebruik deze keuzehulp.

Wil je weten hoe het magneetveld loopt?

  • Gebruik de rechterhandregel.

Wil je weten waar de noordpool van een spoel zit?

  • Gebruik de rechterhandregel voor spoelen.

Wil je weten welke kant de lorentzkracht werkt?

  • Gebruik de linkerhandregel.

Ezelsbrug

Veel leerlingen onthouden dit zo:

Rechterhand: maakt een magneetveld.

Linkerhand: krijgt een kracht.


Veelgemaakte fouten

Fout 1: Altijd de rechterhand gebruiken.

Zoek je een kracht? Gebruik dan de linkerhand.


Fout 2: Noord- en zuidpool omdraaien

Bij een spoel wijst de duim altijd naar de noordpool.


Fout 3: Verkeerde stroomrichting gebruiken

Stroom loopt van plus naar min.

Gebruik altijd die stroomrichting bij de handregels.


Examentip

Begin niet direct met je hand.

Vraag jezelf eerst af: Wat vraagt de opgave eigenlijk?

  • Richting van het magneetveld? 
  • Noordpool van een spoel?
  • Richting van de lorentzkracht?

Pas daarna kies je de juiste handregel.


Meer hulp bij natuurkunde?

Ik ben Rafal Wietsma (Meneer Wietsma Natuurkunde). Op deze website vind je gratis uitlegvideo's per examendomein én een complete online examentraining waarin we samen volledige examens maken. Zo leer je niet alleen de theorie, maar vooral hoe je examenopgaven stap voor stap oplost.

Bekijk de online natuurkunde examentraining